Duitse toerist in Nederland

27 oktober 2011

Annette BirschelAnnette Birschel
Lezing "Duits-Nederlandse Cultuurverschillen"
Workshops "Websites voor ondernemers in de toeristische branche"
Provincie Fryslân, oktober 2011

Horst en Uschi op vakantie

Horst en Uschi is een stel van middelbare leeftijd, dat graag met hun donkerblauwe BMW op vakantie gaat. Horst draagt een sportieve vrijetijdsbroek in uiterst praktische moddertinten, een decent overhemd en een sportieve jas. Het is een blouson van een kostbare dunne stof met veel ritsen en zakken. Het ziet er allemaal keurig en zeker niet goedkoop uit. ´De jas mocht iets kosten´, geeft Horst ongevraagd toe. ´Maar dan heb je ook wat.´
Dit jasje is namelijk zelfs bij een stortbui nog waterdicht en het ademt. En dat zou uiteindelijk heel goed voor je Kreislauf kunnen zijn. Want let op: Niets vreest een Duitser meer dan een Kreislaufstörung.

Toen ik net in Nederland woonde stelde ik vast, dat er geen apotheek bij ons in de buurt was. ´Hoezo heb je een apotheek nodig?´ vroeg mijn man. ´Nou´, reageerde ik lichtelijk geïrriteerd, ´zeker is zeker, vooral bij een acuut geval van Kreislaufstörung. Hij keek me aan alsof ik een ernstige aandoening had verzwegen. Toch ik was ervan overtuigd dat ook Nederlanders een Kreislauf hadden, een bloedsomloop, die je meestal op onpassende momenten met een storing het leven zuur kan maken. Zo'n belangrijke ziekte kon niet zo maar aan de grens stoppen. Inmiddels ben ik er niet meer zo zeker van. In ieder geval is die van mij nooit meer ontspoord in de laatste 16 jaar.

In ieder geval zou de blouson Horst voor een Kreislaufstörung kunnen beschermen en hem ook nog bij min 20 graden warm houden. Nu is het zelfs in het najaar in Nederland zelden min 20, maar je weet maar nooit. Sicher ist sicher, pleegt Horst dan te zeggen. En Uschi knikt instemmend, dat doet ze vaak.
Horst's voeten steken in comfortabele grauwbruine schoenen, onopvallend en degelijk. Het is van het soort orthopedisch en ecologisch uitermate verantwoord schoeisel, waar Duitsers dol op zijn. Niet elegant, wel duurzaam. Trouwens, witte sokken in sandalen draagt Horst allang niet meer. Ook hij weet inmiddels dat dat mega-out is, hij draagt nu donkergroene sokken in zijn sandalen.
Het enige ietwat modieuze aan Horst is zijn bril. Het is een smal langgerekt vierkant model, dat de drager een intellectuele, bijna kosmopolitische uitstraling geeft. Tenminste, dat wil Horst graag geloven.

Een zelfde model bril draagt ook Uschi. Verder heeft ze bijna dezelfde soort duurzame vakantiekleren als Horst. Een praktische broek, een polo en daarover de veilige blouson. Net als haar man loopt ook Uschi op degelijke orthopedisch verantwoorde schoenen. Schoenen, waarop je stevig staat en waarmee je forse stappen kunt zetten. Schoenen die je veiligheid geven. Vlak voor de vakantie is Uschi nog bij de kapper geweest om haar korte haar bij te laten knippen, heel accuraat en asymmetrisch. Graag neemt ze ook een rode kleur. Geen haartje dat los over de scherp geknipte lijn hangt.

Horst en Uschi hoeven de mond niet open te doen, en toch weet iedereen vrijwel onmiddellijk: kijk, Duitsers.
Ze voldoen absoluut aan alle clichés en vooroordelen.

Ze zijn stijf, maar erg beleefd. Altijd zeggen ze Sie en als het even kan ook een titel: Herr Direktor of Frau Doktor. Als Horst en Uschi iets willen weten, spreken ze het liefst met de baas of tenminste met iemand die zuständig is.
Waarom?
Al die omgangsregels en duidelijke hiërarchieën, het Sie en de Dr. -titels geven Horst en Uschi een gevoel van veiligheid. Zo hoort het.
Dat betekent trouwens niet, dat Horst en Uschi niet ook erg gezellig kunnen zijn. ´s Avonds in het café vinden ze het prachtig met Nederlanders te praten en na een poosje zeggen zelfs zij ook je en jij tegen de Holländer. Dat doen ze trouwens veel sneller in Nederland dan thuis, want ze weten dat Nederlanders zo veel losser zijn en vinden dat erg sympathiek. En stiekem zijn ze ook een beetje jaloers.

Horst en Uschi rijden in een nieuwe BMW, dragen dure (niet alleen duurzame) kleren en laten ook graag de foto's van hun statige eigen huis, hun Einfamilienhaus, zien. Het is gewoon zo: In Duitsland laat je graag zien wat je hebt. Maar ze smijten niet met geld. In tegendeel, Horst en Uschi houden de prijzen scherp in de gaten, vergelijken met Duitsland. En toch. Op vakantie zijn ze wel bereid meer uit te geven dan thuis. Niet voor niets heet vakantie in het Duits: Die kostbarsten Wochen des Jahres. `Dann gönnt man sich was´, stelt Horst tevreden vast en Uschi knikt instemmend. Horst en Uschi verblijven graag in een luxe hotelletje of een vakantiehuis met vaatwasser. Ze gaan ook twee keer per dag uit eten.
Maar zijn ze nu patsers? Nee. Horst en Uschi letten heel goed op het Preis-Leistungsverhältnis. Ze zijn bereid iets uit te geven, mits er iets tegenover staat. Wat ze zeker willen is service, vriendelijke bediening en kwaliteit, veel kwaliteit. Dat geldt trouwens ook voor de camping. Ik ken veel Horsts en Uschis, die graag kamperen en dat hoeft zeker niet een super de luxe te zijn. Maar ook hier geldt: De verhouding van prijs en kwaliteit moet kloppen. Is dat niet het geval, dan komen Horst en Uschi niet terug. Dat was in de afgelopen jaren een bittere les voor sommige horecaondernemers in Amsterdam.

Horst en Uschi lijken erg principieel. Daar kom je snel achter. Net als veel Duitsers houden ook zij van stevige strijdgesprekken, liefst over politiek. Elke stelling onderbouwen ze graag met hun kennis, dan zeggen ze ´zoals algemeen bekend´of ´internationaal onderzoek heeft aangetoond´, terwijl Nederlanders graag zeggen ´dat is maar mijn mening hoor´, alsof die er eigenlijk niet toe doet. Wij Duitsers vinden trouwens kritiek op eigen land, zolang die niet gemeen of flauw is, heerlijk. Dus wees niet verbaasd. Als u Duitsers een compliment maakt over het vriendelijke en hoffelijke personeel in de Duitse horeca, zullen ze onmiddellijk zeggen: ´Nou, dan bent u nog niet bij ons geweest.´ Horst en Uschi praten ook dolgraag over ziektes. De Kreislaufstörung natuurlijk en wat ze verder niet allemaal al hebben gehad, en welke therapieën en pilletjes geholpen hebben. Van zo´n gesprek kunnen Horst en Uschi erg genieten.
Maar bij een leuk babbeltje over persoonlijke dingen zoals seks, godsdienst, economische problemen, werkloosheid of huwelijksproblemen voelen ze zich snel ongemakkelijk.
Zelfs ik kan dan nog in de stress raken, zoals laatst toen mijn overbuurvrouw bij het fietsenrek mij niet alleen vertelde dat maar ook hoe haar man was vreemd gegaan.

Horst en Uschi zijn, hoe kan het ook anders, erg gründlich. Ze hebben zich goed op hun vakantie voorbereid, veel gelezen, alle websites bekeken en nog meer geprint. Verder verwachten ze ook in Nederland overal geïnformeerd te worden. Zij het door Schilder, bordjes, foldertjes of graag ook in direct contact door een expert. Horst en Uschi zijn dol op experts. Maar ze gaan niet op de smartphone opzoeken hoe laat bijvoorbeeld dat schattige museum ook al weer open gaat, want een smartphone hebben ze namelijk niet. Nog niet.

Horst en Uschi zijn op alle denkbare gebeurtenissen voorbereid, ze hebben een hele reisapotheek bij zich, en vanzelfsprekend ook alle telefoonnummers voor noodgevallen, ook die van de verzekeringsmaatschappij. Van de makkelijke Nederlandse manier om te leven, van dat ´het zal wel mee vallen´, snappen ze niet zo veel.

´Die Holländer hebben geen rolgordijnen.´zegt Uschi en kijkt lichtelijk bezorgd. ´Wat er niet allemaal kan gebeuren. Denk aan inbrekers.´ Horst schudt afkeurend zijn hoofd: „ En ze fietsen zonder helm? Maar wat als er nu...?´ Hij beëindigt de zin niet. Dat hoeft ook niet. Uschi is het toch met hem eens.

Altijd weer dit ´wat, als...´. Wij Duitsers zien overal gevaren en gaan het liefst op Nummer Sicher.

Ze lijken wel erg zuur, onze Horst en Uschi. Maar dat zijn ze niet. Ze lachen graag en veel. Maar de humor van een ander volk te begrijpen is en blijft lastig. Trouwens wordt zelfs dit verschil na een paar biertjes ook erg klein.

Horst en Uschi zullen niet zo snel met een duidelijke Duits reisgids door te straten lopen en dempen in het openbaar graag hun stem. Ze willen namelijk niet opvallen. Niets haat een Duitser meer dan in het buitenland als Duitser ge-out te worden. Niet omdat ze zich schamen Duitser te zijn. Die tijden zijn voorbij. Maar wij willen graag als alle anderen zijn, opgaan in de veilige massa van de lokale bevolking of als een soort wereldburger overkomen. Horst en Uschi willen dan ook liefst niet als toerist herkend worden. Daarom doen ze in het buitenland graag dingen die de lokale bevolking ook doet, ze houden van Geheimtips. ´We waren in een restaurant, daar waren alleen maar Holländer,´ zou Horst aan de buren vertellen als ze terug zijn van vakantie.
In het buitenland spreken Duitsers dan ook vaak Engels. Maar er is wel een uitzondering: In Nederland spreken Horst en Uschi bij voorkeur Duits. Dat ligt zeker niet aan hun nationalistische arrogantie. Maar Duitsers, en Horst en Uschi zijn daarop geen uitzondering, zijn absoluut ervan overtuigd, dat Nederlanders perfect Duits spreken, tenminste beter dan zij Engels.
En als die dan opeens Engels spreken, kan dat weer tot een misverstand leiden:

Laatst had ik vrienden uit Bremen op bezoek. ´Hebben Nederlanders iets tegen ons? ´, vroeg mijn vriend opeens. `Hoezo?` zei ik. `Nou we hebben naar de weg gevraagd en ze hebben in het Engels geantwoord.´ ´Nee´, zei ik, ´ze zijn alleen bang Duits te spreken. Ze hebben op school een Dativtrauma opgelopen. Het verschil tussen de derde en vierde naamval is er zo ingestampt dat ze nu geen Duits woord meer durven te spreken.´ Dat is trouwens nergens voor nodig, want veel Duitsers kennen het verschil tussen de derde en vierde naamval ook niet. En in de meeste gevallen, zo is mijn ervaring, spreken Nederlanders veel beter Duits dan ze zelf denken.

Horst en Uschi zijn natuurlijk een karikatuur. Toch is zo'n grove tekening soms handig, want dan zie je de bijzonderheden beter.

Maar de hamvraag is natuurlijk: willen de Duitsers, deze Horst en Uschis wel naar Drenthe of Friesland komen om hier vakantie te vieren?

Laatst zei iemand uit Drenthe tegen mij. ´Nou wat willen ze hier dan? Het landschap is toch een beetje hetzelfde, maar zij kunnen ook naar Beieren of de Zwarte Woud. Jullie hebben in eigen land zulke prachtige bergen.´
Dat klopt... Duitsers, en daarin verschillen we absoluut niet van Nederlanders, houden van vakantie in eigen land. Het is bekend, vertrouwd en mooi. Maar ze houden ook van Nederland, sterker nog, ze zijn dol op Nederland. Op het fietsen - met helm dan - de kroketten, de mooie dorpen, de Hema, het water, de gezelligheid, de lichtvoetige makkelijke manier van leven - het leven op gympies.
Het is buitenland, en toch ook weer niet. Het is bijna thuis, maar net verrassend anders.
En van dit soort verrassingen houden wij dan wel weer, ook Horst en Uschi.

Pagina opties

  • Doorsturen

Navigatie:

Links

Snelkoppelingen